Aan het eind van de Loevenhoutsedijk ging je via een kruising de polder in. Naar links was nog en stukje Loevenhoutsedijk, dat overging in Achttienhovensedijk. Recht door was de Sint Anthoniedijk, naar rechts de Inundatiekade. Langs alle wegen aan weerskanten sloten, met daar langs vele soorten bloemen. Een gedeelte van de Achttienhovensedijk dient nog als wandelpad van het de Vechtdijk naar waar het oude Overvecht ziekenhuis heeft gestaan. Langs die weg stonden rechts wat boerderijen. De eerste boerderij was van Toon Elders, waar ik bevriend was met zijn zoon Gert. Daar naast woonde hovenier van Oort. Dat was een dikke man, die een heel dik neefje had. Dat  neefje heb ik in een baldadige bui een watersalamander de kop zien afbijten. Van Oort had zijn groenteland pal naast zijn huis. In de winter gingen we via de bevroren sloten zijn land op en namen we wat stronken boerenkool en spruiten mee naar huis. We zagen dat niet als pikken, maar moeders wilde dat niet. 

Iets verder door stond de eerste patatbakkerij van Utrecht . Daar voorbij een boerderij die door de gebroeders de Groot en hun moeder gerund werd. Toen in de winter de sloten dicht gevroren waren, hebben we daar een keer een bijt in het ijs gehakt om vis te vangen. Die bijl leenden we van een van de broers. Later haalden de broers de krant, omdat de ene broer de ander met een zware hamer zijn hersens had ingeslagen. Links van de weg lag het Jodenkerkhof. Tussen het wegje en het Jodenkerkhof was een smalle sloot. Een ondiepe sloot, vol met watersalamanders. Die kon je er met je handen uitpakken. Soms namen we ze mee en deden we ze thuis met wat planten uit de sloot in een weckpot. Maar mijn moeder wilde dat niet hebben, dus zette we ze weer terug in de sloot. Je kon via de sloot zo het Jodenkerkhof op, er waren veel oude graven, die er erg verwaarloosd uit zagen. Voor en na het Jodenkerkhof zaten hoveniers, waaronder Kinneging, Verheul en van Oort. Daar voorbij rechts, hadden de gebroeders de With een boerderij, met daar achter een grote appel en peren boomgaard. Van die ouderwetse fruitbomen, waar je met een ladder in moest. Na de pluk kregen we wat fruit mee voor thuis. De With ventte zijn fruit uit met paard en wagen. Dan mocht ik het paard Franco, een schimmel die 33 jaar oud is geworden, voor de wagen spannen en zat ik trots als een hond met …….  op de bok. De With had vooral (oudere) dames als klant. Als hij daar binnen was bleef ik op de bok zitten, maar soms bleef hij wel erg lang binnen. Naast boer de With hadden de zusters van Ieperen een boerderij, die was hermetisch afgesloten. Achter het hek liepen een paar valse honden. Als we slootje gingen springen deden we dat tot het land van de zusters, we waagden het niet om op hun weiland te gaan.

G.v.V.

  

  Boerderij Elders

Tuinder van Oort

Zusters van Ieperen

Recht door, na het bruggetje bij het poldergemaal was Sint Anthoniedijk. De Sint Anthoniedijk heette in de volksmond lange dijk, een aantal kilometers lange weg waar jongens en meiden uit de buurt graag een dijkie gingen pikken. Aan het begin van de Sint Anthoniedijk lagen links en rechts van de weg sloten en weilanden. Links de boerderij van boer Elders, met in het verlengde daarvan zijn weilanden. Op dat weiland stond een bunker uit de tweede wereldoorlog. Een speelhol voor ons, waar vreemden niet geduld werden, want het was onze bunker. Rechts vooraan lag natuurijsbaan Sint Moritz. Daar voorbij twee villa’s, met daar naast een grote plas. In het verlengde van de villa’s stond de watertoren, die nog altijd in Overvecht staat. Daar voorbij een tuinderij tot aan de kruising van de oorspronkelijke Gageldijk, nu de ventweg die langs de Karl Marxdreef / Albert Schweitzerdreef loopt.

Links na de weilanden van boer Elders was een sportveld waar handbalvereniging UD speelde, een aantal vrijstaande huizen en café de Driesprong. In een van die huizen woonde onze groenteboer Rinus van de Akker, die achter de huizen een grote tuinderij had, hij kocht ook groente van mijn vaders volkstuin. Zij vrouw deed de verkoop vanuit een hal achter het huis, zelf ventte hij met paard en wagen zijn waar uit in de Roode Brugbuurt en omstreken.  

Op de hoek van de Gageldijk lag café de Driesprong. Dat café was in vroeger jaren een berucht café, een trefpunt voor stropers. De stropers kwamen veelal uit de Roode Brugbuurt en hadden het daar nog al eens aan de stok met Achttienhovenaren.  In betere tijden gingen de heren Brons, de vader van Gerard, en Bontrop op zondag ook naar dat café. Dat deden ze per fiets, wat goed te doen was. De terugweg werd meestal slingerend afgelegd, het ging meestal goed, maar op een keer reed meneer Brons de sloot in en zat hij van onder tot boven met eendenkroos. Thuis gekomen zaten de zakken van zijn zondagse pak nóg vol met eendenkroos.

Café de Driesprong was later het café waar spelers en supporters van de voetbalclubs VSK, Stichtse Boys en DWSV kwamen. Ook fietsende voorbijgangers en wandelaars deden daar graag een terrasje. Voorbij de kruising was links het voetbalveld van Stichtse Boys, maar dat was eigenlijk een weiland, waar doordeweeks koeien en schapen op liepen, dus moesten voor de wedstrijd eerst de koeienvlaaien er vanaf. Langs het veld lag een sloot waar de bal nog wel eens in kwam. Als de bal aan de andere kant van de sloot lag moest je om lopen of er over springen. Het gebeurde ook wel dat de bal niet per ongeluk in de sloot kwam, om zo wat tijd te rekken.

Iets verder door was een brugje met aan weerskanten een kleine plas, waar je vanaf het brugje kon vissen. Je ving daar alleen maar baars, dat was jammer. Bij het onthaken moest je goed opletten, want een baars had grote harde stekels op zijn rug. Uiteindelijk kwam je uit bij fort Ruijgenhoek. Daar lag een vissteiger voor het huis van de fortwachter, een gewilde visstek voor ons. We visten altijd met een kort bamboe hengeltje, maar de vangst was altijd matig. 

Zoals de Anthoniedijk nu tussen de Gageldijk en het fort is, zo was dat voor de bouw van Overvecht vanaf de Loevenhoutsedijk tot aan fort Ruijgenhoek. Het Gagelbos, Noorderpark en forellenvijver bezijden de Sint Anthoniedijk zijn later aangelegd. De volkstuinen waren er al, wanneer de mini camping er is gekomen is mij niet bekend.

G.v.V.     

                

Aan weerskanten van de Sint Anthoniedijk waren sloten en weilanden. De dijk liep langs de watertoren, die nog steeds in Overvecht staat. In het midden een rijtje vrijstaande huizen aan de Sint Anthoniedijk. Aan het eind van dit rijtje huizen stond café de Driesprong op de hoek van de oorspronkelijke Gageldijk. Café de Driesprong was het clubcafé van onder andere DWSV, VSK en Stichtse Boys. Fietsers en wandelaars deden er ook graag een terrasje. Links op de foto Peter de Rijk (VSK), rechts Dirk de Ruijter (DWSV).  Beide heren woonden in de Hoogstraat. 

 

Voor de Sint Anthoniedijk naar rechts was de Inundatiekade, die door liep tot aan Tuindorp. Rechts van het wegje was een poldergemaal. In het verlengde daarvan was een speeltuin van buurtvereniging Hoogelanden. Dat was een grasveld waar 20 schommels stonden. Tussen de speeltuin en de spoordijk lag een voetbalveld van voetbalvereniging DWSV. Het veld  werd met toestemming van DWSV ook gebruikt door de jeugd uit de buurt. Later is Rapid ‘57, de voetbalclub van het Anthonieplein daar gaan voetballen. Midden jaren ’50 zijn daar schooltuintjes gekomen. Links van de Inundatiekade lag ijsbaan Sint Moritz. Even daar voorbij een voetbalveld van Voorwaarts. Links voor het spoorviaduct woonde boer Jongerius. Die bezat daar ijsbaan Siberië, een eenden fokkerij en een zaaltje. Het zaaltje verhuurde hij voor vergaderingen, verjaardagen en andere kleinschalige activiteiten. IJsbaan Siberië was niet zo gezellig. Het was een lange baan, die ’s avonds matig verlicht was, maar gezien de lengte van de baan zeer geschikt voor hardrijders. Bij de fokkerij was een eiland dat omringd was door water. Je kon daar alleen komen via een loopplank. Op dat eiland zaten honderden eenden, die daar ook eieren legden.

Boerenzonen Toon en Gert Elders gingen daar wel eens een kijkje nemen en namen dan een paar eieren mee. Maar die paar eieren werden er steeds meer en ze gingen er steeds vaker naar toe. De meegenomen eieren stalden ze uit op het stenen bankje bij het poldergemaal aan de Loevenhoutsedijk en werden ze, afhankelijk van de grootte, voor 3 á 4 cent per stuk verkocht aan voorbijgangers. Dat was een leuk handeltje, pure winst. Toen ze weer eens op het eiland waren, werden ze door de eigenaar betrapt en moesten ze rennen. Maar de eigenaar kon ook rennen, die kwam steeds dichterbij. Gelukkig waren ze vóór hem de loopplank over en net toen de eigenaar op de loopplank wilde stappen, trok Ton de loopplank weg en lag de eigenaar in het water.  Dat was schateren.

Naar links langs de spoorbaan kon je ter hoogte van de spoorovergang naar links naar de Gageldijk. Naar rechts, het spoor over, kwam je via de Mr. Tripkade in Tuindorp. Deze weg liepen we vaak als we in Tuindorp oude kranten gingen ophalen en in de winter om stoepen sneeuwvrij te maken. Een leuke bezigheid die ook nog wat op leverde. Onder het viaduct door waren links wat boerderijen, een varkensboer en ijsbaan Arosa. Rechts van het weggetje waren voetbal en hockey velden, waar onder andere voetbal verenigingen Sint Maarten (nu Sporting ’70), DWSV en UVV voetbalden. Rondom deze velden zaten hoveniers tot aan de Draaiweg.  

G.v.V.

Spoorovergang Mr Tripkade. Over het spoor kon je rechtdoor naar de Gageldijk en links naar de Inundatiekade. Heden is daar station Overvecht

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.